Marlot Vereniging

In het blad Lawn Tennis van 27 november 1927 stond het navolgende onderschrift onder een foto van de opening van de nieuwe tennishal van Tennispark Marlot: ‘Een overzicht van de waarlijk schitterende nieuwe overdekte banen in Den Haag. Ideale vloerbedekking (kurklinoleum), ideale kunstverlichting die een gelijkmatig licht geeft van ruim twintigduizend kaars per baan en waarin men kijken kan zonder blind te worden. Een inrichting die tot de beste van Europa behoort en die den steun (door lidmaatschap) van elke tennisbelangstellende verdient’.

  Co Brandes

Dat klinkt allemaal geweldig. Echter, de realisering van het park was niet van een leien dakje gegaan. Allereerst was daar de keuze van de architect. Een verplichte keuze. De gemeente Den Haag die voor de ontwikkeling van het villapark Marlot Co Brandes had aangetrokken, wilde dat de ontwerpen van de toekomstige tennishal in diens stijl zouden worden aangeboden. Achteraf zou je zeggen dat dat zo’n slecht idee nog niet was, maar het comité dat ten behoeve van het project was aangetrokken, was het daar niet mee eens. Dat leidde later ook tot de oprichting van NV Tennispark Marlot.

De voorzitter van het comité, mr. H.W.A. van Toen, sprak destijds in zijn openingsrede over de geringe medewerking van het Haagse gemeentebestuur. Een verslag daarvan in de Courant meldde: ‘Ware de schoonheidscommissie niet zoo veeleischend geweest en had zij niet het verbod uitgevaardigd om aan de buitenzijden van het dak geen glas te willen hebben, dan zou het binnen vrije wel even licht geweest zijn als buiten!’ Het unieke karakter van het kunstlicht, waarbij je met een hoge lob of smash niet wordt verblind, is dan ook mede het resultaat van de halsstarrigheid van de gemeentelijke schoonheidscommissie, die meer oog had voor het uiterlijk van het gebouw dan voor de doelmatigheid. Uiteindelijk werd het gehele complex, net als de Parkflat, in de jaren 90 op de Rijksmonumentenlijst geplaatst.

  NMC

Ondanks het aanvankelijke succes van het nieuwe tennispark en de tweebaans tennishal, ging de naamloze vennootschap in 1936 failliet. De vader van de huidige eigenaar, A.L. van Meegeren, die 18 tennisbanen in Amsterdam had, nam het tennispark over. Sindsdien is het familiebezit. Tegelijk met deze overname werd de NMC (Nieuwe Marlot Club) gesticht, die nu nog bestaat. Enkele spelers en bestuursleden van de oude vereniging hebben zich later onder de naam Tennisvereniging Park Marlot aan de Waalsdorperlaan gevestigd.

  Moestuinen

Na de Tweede Wereldoorlog heeft Van Meegeren senior ook de moestuinen aan de Marlotzijde als tennisbanen laten inrichten. Deze moestuinen waren met steunberen versterkte fruitmuren, die thans behoren tot de mooiste bewaard gebleven serie in zijn soort van ons land. Tevens werden de binnenbanen gerenoveerd. De bestaande banen bleken te snel te zijn om tot effectief tennis te komen. Zo werden er sisalmatten op de linoleumvloer aangebracht en de achterste baan als gravelbaan aangelegd.

  Kampioenschappen

In de jaren 60 werden de Wereldkampioenschappen Schermen en de Europese Kampioenschappen badminton in de tennishal gehouden. Ook de Koning Gustaf- bekerwedstrijden tennis werden hier georganiseerd. In 1976 is de tennishal voor het laatst gemoderniseerd en beschikt thans over vloerverwarming, waardoor er geen hete luchtkanonnen meer behoefden te worden opgehangen. Rond 1965 overleed Van Meegeren senior en nam zoon A.L. van Meegeren het bezit over.

  Tennisser A.L. van Meegeren

In het boek International Who is Who in Tennis staan ca. 900 pagina’s tennissterren met al hun bijzondere successen. Daar komen we ook de eigenaar van de NMC tegen: A.L. (Boebi) van Meegeren. Geboren in 1924, speelde op Wimbledon van 1946 tot 1954, in het nationale tennisteam van 1946 tot 1957 en deelnemer aan Davis Cuptoernooien 1948 – 1954. Hij won het internationaal toernooi in Ostende in 1948 en in datzelfde jaar ook de British Hard Court doubles met Eric Sturgess. Vele andere titels en successen worden er nog genoemd, maar ook dat hij in de oorlog een training als RAF-piloot heeft gevolgd. Na de oorlog speelden veel van zijn vrienden uit de internationale tenniswereld op Marlot. Topspelers als Timmer, Bryan, Diemer Kool en Koopman waren er, maar ook Jaroslav Drobny (no. 1 van de wereld in 1954 en behorende tot de wereldtoptien van 1946-1955) en William Tatem Tilden (no. 2 van de wereld in 1927 en 1930). Drobny speelde zo eens een weekend twee enkelspelen voor een vergoeding van…….. 400 gulden! Leden van de koninklijke familie hebben regelmatig op het tennispark gespeeld. Voor de Tweede Wereldoorlog tennisten de ouders van Van Meegeren nog tegen prins Bernhard en prinses Juliana. Ook de zonen van Beatrix en Claus hebben hier tennisles gehad.





©2000/2005 Marlot Vereniging - Webmaster: Herman de Jongste -